Uitgangspunten en VisieLeerlingen met hun ouders/verzorgers
De visie van onze school luidt als volgt: Transitie vormt het uitgangspunt voor ons denken en handelen. Het belang van de leerling staat hierbij centraal. Het hieruit volgende onderwijs is binnen de wettelijke kaders vraaggestuurd, op maat geboden en contextgericht. Ook stimuleert het de zelfstandigheid en verantwoordelijkheid van de leerling. Dit gebeurt in een veilige en uitdagende leeromgeving die voortdurend in ontwikkeling is. Het onderwijs wordt gegeven in een professionele organisatie waarin teams de resultaatverantwoordelijke ruggengraat vormen. In deze organisatie wordt voortdurend op kwaliteiten en kwaliteitsontwikkeling ingezet, er wordt planmatig en procesmatig gewerkt met een transparante communicatie.
In onze lerende organisatie werken medewerkers die elkaar inspireren, die in staat zijn te reflecteren op hun functioneren en van daaruit noodzakelijke competenties ontwikkelen. Medewerkers die van gebaande paden durven af te wijken, die zich medeverantwoordelijk voelen voor het geheel, die initiatieven nemen en van en met elkaar leren.
De leerlingen met hun ouders/verzorgers zijn onze gesprekspartners.
Waar onze school voor staat Wij streven er naar ons onderwijsaanbod af te stemmen op de wensen en behoeften van onze leerlingen. Met ons onderwijs bereiden we de leerlingen voor op de toekomst en bieden we hen zoveel mogelijk materiaal voor hun latere functioneren in de maatschappij, zowel in leef- als in werksituatie.
Wij creëren een overzichtelijke omgeving waarbinnen de leerlingen zich veilig voelen en geborgen weten zonder dat zij in een uitzonderingspositie worden geplaatst. De leerling van onze school hoeft niet continu op zijn of haar tenen te lopen om erbij te horen, maar is evenmin degene naar wie alle goedbedoelde aandacht uitgaat uitsluitend omdat hij of zij een lichamelijke en/of verstandelijke beperking heeft.
Binnen Mariëndael VSO kan de leerling met alles meedoen, van sporten tot en met schooluitstapjes. Kortom, wij scheppen binnen onze school een klimaat waarin leerlingen enerzijds worden aangesproken op hun mogelijkheden en anderzijds leren omgaan met hun onmogelijkheden. Daarnaast streven we naar een pedagogisch klimaat waarin openheid wordt geboden en waarin binnen een duidelijke structuur de leerlingen zich optimaal kunnen ontplooien. Omdat we het belangrijk vinden dat onze school een gemeenschap vormt, vieren we bij gelegenheid samen feest, gaan we op kamp en organiseren we allerlei activiteiten. Binnen onze school beschouwen we mensen met een handicap als mensen met een beperking. Dat klinkt meer cryptisch dan het in werkelijkheid is. Wanneer iemand bijvoorbeeld niet goed kan zien, is dat lastig, maar in de meeste gevallen gelukkig gemakkelijk met een bril te verhelpen. Het ongemak hoeft dus niet beperkend te werken. Dat wordt anders als dezelfde persoon erg van zwemmen houdt, maar aan bepaalde balspelen in het water niet mee kan doen omdat de bril daar niet gebruikt kan worden: de stoornis is een beperking geworden. Het slecht kunnen zien wordt pas een echte handicap, wanneer diegene bijvoorbeeld piloot wil worden. Voor dit beroep is goed zicht belangrijk.
De World Health Organisation (WHO) zegt het anders: er is sprake van een stoornis wanneer je te maken hebt met een bepaald ongemak. Bij onze leerlingen is er sprake van zo’n stoornis, omdat ze in de meeste gevallen motorische problemen kennen, of niet zo goed kunnen leren. Door de ernst van de stoornis hebben zij te maken met een beperking.
Op onze school leren we de leerlingen omgaan met hun beperking. We proberen inzicht te krijgen in de beperking en bekijken samen met de leerling welke mogelijkheden hij of zij heeft. We ontwikkelen de individuele mogelijkheden van iedere leerling en zorgen er voor dat de beperking geen handicap wordt.
Wij beschouwen onze leerlingen beslist niet als ‘zielig’; we stellen eisen en wijzen hen zo vroeg mogelijk op hun plichten en verantwoordelijkheden. Dit is een voorwaarde om de leerlingen voor te bereiden op datgene wat hen in de maatschappij te wachten staat.
In onze gebouwen zijn speciale voorzieningen aanwezig om ervoor te zorgen dat iedere leerling zich zo optimaal mogelijk kan ontwikkelen en zo prettig mogelijk voelt. Het gaat om aanpassingen in het schrijfonderwijs en aangepaste computers, maar ook om de verzorging zoals aangepaste toiletten en tilliften.
De verwachting is dat het komende schooljaar ongeveer 330 leerlingen onze school zullen bezoeken. Naast de leerlingen met een cluster-3 indicatie (lichamelijke beperkingen en langdurig zieke leerlingen) bezoeken leerlingen met een cluster-4 indicatie onze school. Het gaat vooral om jongeren met een vorm van autisme of met een angststoornis: de zogenaamde internaliserende problematiek.
Deze leerlingen worden ingeschreven op De Radar, een cluster-4 school. In overleg met De Radar wordt bepaald waar de leerling het beste tot ontwikkeling kan komen, op een locatie van De Radar of op Mariëndael. Zoeken |